studio omstand

De groepstentoonstelling Turbulentie was een tentoonstelling met werk van kunstenaars die de grenzen van de schilderkunst oprekken door gebruik te maken van nieuwe media, beeldhouwkunst en installatietechnieken.

De curator van de expo Turbulentie is Jop Vissers Vorstenbosch. Daarnaast was hij ook deelnemer aan de expo. Samen met Omstand heeft hij deze tentoonstelling samengesteld.  >> Vissers Vorstenbosch was al langer gefascineerd door het gebouw en de architectuur van Omstand. Dit resulteerde in gesprekken met Omstand en uiteindelijk in een uitnodiging van Omstand aan Vissers Vorstenbosch om een tentoonstellingsvoorstel te ontwikkelen.

Materie speelt een belangrijke rol in het werk van Vissers Vorstenbosch. De inspiratiebron voor zijn eigen kunstpraktijk is de gebouwde omgeving en ook in zijn eigen werk hoeven geschilderde lagen niet per se uit verf te bestaan. Samen met Omstand ging Vissers Vorstenbosch in deze groepstentoonstelling op zoek naar kunstenaars die werk maken vanuit ditzelfde principe. De hoge smalle ruimtes bij Omstand spelen hierbij een bepalende rol, vooral voor de afstand die je (juist niet) kunt nemen. Constructie, fabricage en huid zijn dan onmogelijk te missen. Vissers Vorstenbosch wilde met deze tentoonstelling de rekbaarheid van de hedendaagse schilderkunst zichtbaar maken. Kunstwerken gemaakt met een ander medium dan verf, zoals bijvoorbeeld binnenvallend licht door glas, plastic en andere materialen, machines, apparatuur of beweging.

De kunstenaars:
Ruta Butkuke
Roos van Haaften
Rob Bouwman
Philip Vermeulen
Oscar Peters
Nazif Lopulissa
Marjolein de Witte
Koen Doodeman
Johannes Langkamp
Jop Vissers Vorstenbosch

 

Ruta Butkute
Ruta Butkute’s kunstpraktijk is voornamelijk gericht op sculptuur, choreografie en installatie. Haar opleiding in keramiek beïnvloedt haar gebruik van primaire materialen en aspecten zoals gewicht, schaal, massa en zwaartekracht. Haar kunstpraktijk wordt gedreven door een methode die wordt geleid door te reflecteren op de lichamelijkheid van beeldhouwkunst en de relatie met performers, publiek en de ruimtes waarin ze met elkaar in contact komen. Uitgaande van het principe dat in elk object een functie verborgen zit, herdefinieert ze de oorsprong en functies van materialen en vormen om hun complexe vermogen tot beweging op te roepen. Tijdens haar werkperiode aan de Rijksakademie in Amsterdam begon Butkute met het vertalen van sculptuur naar verschillende media. Ze ontwikkelde een nieuw medium dat ze “sculpturale performance” noemt, waarbij ze objecten, sculpturen en ruimte in een veranderlijk veld plaatst, waardoor er mogelijkheden ontstaan voor beweging. Acties zoals aarden, vallen, springen, rijzen en zinken zijn sleutelwoorden in dit proces.

Met de installatie “Array” uit 2018 die Ruta Butkute in TURBULENTIE toont, wil ze een nieuwe plek creëren voor haar “rondzwevende” objecten. De installatie bestaat uit sculpturen van gekleurd porselein, keramische tegels en video. Elk object wordt hier een nieuw materiaal, dat de kunstenaar omarmt en af en toe naast andere media plaatst, waarbij korte bewegingssequenties van de objecten worden vastgelegd op video. De kunstenaar gebruikt deze bewegende beelden om vijf jaar later opnieuw te onderzoeken hoe de statische vorm van sculptuur kan worden geactiveerd en hoe verschillende media zich tot elkaar kunnen verhouden en hoe ze met elkaar kunnen versmelten.




Ruta Butkute – Array (2018-2023) Mixed media installatie (o.a. Porcelain, video, aluminum) – fotografie: Django van Ardenne

 

Roos van Haaften
Roos van Haaften maakt lichtinstallaties van tekeningen, reflecties en schaduwen die ze door middel van lichtprojecties op objecten, glas en spiegels projecteert. Op deze manier creëert ze nieuwe scenes en ruimtes, vaak met een onheilspellend karakter. Als aanjager van de verbeelding, onderzoekt van Haaften het fenomeen schaduw en zet daarbinnen ons begrip van tijd en ruimte op het verkeerde been. Het werken met licht en schaduw vloeide voort uit haar affiniteit met theater en met het doorbreken van de vierde wand, waarbij de acteur zich plotseling rechtstreeks tot het publiek wendt en suggereert dat de realiteit een illusie is. Daardoor maakt de toeschouwer niet alleen deel uit van de illusie, maar ook van de methode.

Van Haaften werkt graag met en óp locatie. Ze suggereert met haar installaties dat zowel haar werk als de ruimte waar het werk zich bevindt in transitie is. Als een soort herinrichting van ruimte, fysiek maar ook mentaal. Tegelijkertijd raakt het werk aan de beginselen van fotografie en film. Door te belichten of een deel van die belichting tegen te houden ontstaan illusionaire (licht)projecties. Dat is bijvoorbeeld te zien in haar serie figuratieve landschappen, waarin op een glasplaat alledaagse objecten en folies zijn uitgestald. Belicht transformeren ze tot een nieuwe schaduwscène. Een gerimpeld stukje plastic wordt een bergrug, een lucifer een fabriekspijp. Alle objecten liggen los; even blazen en het beeld is weg.




Untitled, 2022, pc-spot, glass, foils, ink, 35 x 44 cm. / Untitled, 2022, c-spot, glass, foils, ink, 30 x 50 cm – fotografie: Django van Ardenne

 

Rob Bouwman
Zijn werken gaan over het beheersen van de paradigma’s van kleur en vorm, waarbij de gevoelige genuanceerde kleurformaties aan de schilder nieuwe, hedendaagse abstracties onthullen. Daarmee krijgt het idee van het sublieme een herwaardering. De schilderijen van Rob Bouwman lijken abstract beelden, maar zijn dat niet. De werken kunnen worden omschreven als licht en kleur van niet-organische grafische vormen. Geen visuele vereenvoudigingen van echte objecten of verwijzingen naar een specifieke historische stroming. Ze zijn losgekoppeld van elke andere betekenis dan hun esthetische verschijning. Er heeft een duidelijke ontwikkeling in het werk van Bouwman plaatsgevonden die via zijn vroege zwart-wit schilderijen heeft geleid tot spektakelstukken van heldere en verzadigde kleuren. Terwijl hij in zijn kleurloze periode al liet zien dat het binnendringen van de negatieve ruimte en geometrie een grote rol speelde, heeft de toevoeging van kleur de complexiteit van zijn schilderijen enorm vergroot. Hier wordt de blik van de toeschouwer in de ruimtelijke diepte van kleurrijke buisvormige tunnels getrokken. Ook al kan men van mening zijn dat Bouwmans nieuwste werk niet per se abstracter is geworden, is er zeker sprake van een visueel effect dat ten opzichte van zijn eerdere werk meer affiniteit met fotografie vertoont en daarmee meer verwantschap met de wereld om ons heen. Deze illusie van de ruimte markeert een spanning tussen wat dichtbij is en veraf. Dat doet esthetisch meer denken aan de beeldende fotografie uit de late 19de eeuw en aan het fotorealisme, dan aan hedendaagse abstracte schilderkunst. Terwijl de hedendaagse schilderkunst vaak blijft vasthouden aan de postmoderne benadering van het fragmentarische of het onvoltooide, laat Bouwman in zijn werk zien dat het proces van de kunstenaar niet ophoudt bij het bereiken van een willekeurig eindpunt. Sinds 2008 creëert Bouwman patronen die hij ontwikkelt vanuit zijn bestaande werk dat zich repeterend en oneindig, zoals behang dat ook kan, in alle richtingen kan herhalen. Bouwmans meest recente werk bestaat uit gekleurde transparante olieverf op houten panelen. Speciaal voor Omstand heeft hij een aantal nieuwe patronen uit dit recente werk ontwikkeld en omgezet naar behang. Met dit behang vervangt hij als het ware de bestaande architectuur van de ruimte.




Behang Nocuttinlines // wallpaper (Wand- en ruimtevullend) >>WP01-1×4 Studio Omstand – WP02-1×4 Studio Omstand – WP03-1×4 Studio Omstand – (2023) – 700 x 450 cm – speciaal ontwikkeld voor de expo TURBULENTIE (2023). Schilderwerk: Untiteld p0112021 180×140 oil/alkyd omn wood (2021) // Untiteld p0142021 180×140 oil/alkyd omn wood (2021) – fotografie Django v. Ardenne

 

Philip Vermeulen
Vermeulens grootschalige installaties maken deel uit van zijn onderzoek naar de kunststroming Zero, geluid, kinetische – en audiovisuele kunst. Zijn hyper-sculpturen bewegen op manieren die onze perceptie te boven gaan. Daarmee zet hij zijn publiek op scherp tot een punt waar de grenzen tussen geest en materiaal vervagen en het werk oplost. Met illusie, speelsheid, verleiding en zelfvernietiging lijken muren tot leven te komen, ventilatoren zo snel te draaien dat wit licht wordt opgesplitst in kleuren, zachte materialen zo vluchtig te rimpelen dat ze in de lucht lijken te zweven en worden met stroboscopisch licht spookachtige beelden van het binnenste netvliesoppervlak opgeroepen.

Zijn werk voor de expositie TURBULENTIE met de titel Colour Field Moiré komt voort uit Vermeulens uitgebreide onderzoek naar moirépatronen en hun invloed op de waarneming. Moirépatronen worden waargenomen als een immateriële vorm bestaande uit kleur en beweging, welke wordt veroorzaakt door verschillende lagen over elkaar heen te leggen en te bewegen om daarmee dit derde, duidelijke patroon te creëren. Dit ‘kinetische lichtschilderij’ heeft een compositie van bewegingen, kleuren en patronen die zorgvuldig zijn gemaakt om een betoverende choreografie van de twee stukken harmonieus met elkaar te laten samenwerken. De combinatie van technologie en kunst genereert op deze manier een driedimensionale en een onvergetelijke ervaring voor de kijker.




Philip Vermeulen – Colour Field Moiré (2023)-(installation) Textile, motor slides, LED lighting – 166x251cm (2x) – fotografie: Django van Ardenne

 

Oscar Peters
De sculpturen en beelden die Oscar Peters creëert en bouwt variëren in schaal. Meestal zijn ze groter dan een mens, soms kleiner en af en toe zijn ze zo groot als een huis. Het werk dat hij verzorgde voor de expo TURBULENTIE is toevallig het kleinste werk uit de tentoonstelling. Het is een ijs-sculptuur, waarvoor hij eerst een vriezer sloopte en het koelsysteem verwerkte in een schouw. Deze stond opgesteld in de ‘woonkamer’ van Rob Bouwman. De actieve vriezer zet gecondenseerd water uit de lucht (luchtvochtigheid) om in ijskristallen. Gedurende de tentoonstelling werd het werk groter en groeide uit tot een indrukwekkend object. Regelmatig wordt over zijn werk geschreven dat het plezier van het bouwen er vanaf spat. Dat ziet Peters als een groot compliment. Hij wil de toeschouwer inspireren en laten verwonderen, maar ook uitnodigen om zelf te gaan maken. Met zijn installaties schotelt hij de kijker een belevenis voor, een echte ervaring die je kan voelen, horen en ruiken. Oscar Peters wil het publiek met zijn werk overdonderen. Met uitbundige bewegingen, grotesk spektakel en repeterend geluid wil hij je in vervoering brengen. Zijn werk is cinematografisch, imposant, humoristisch en vrolijk, maar ook sinister. Denk bijvoorbeeld aan een kettingzaag gemonteerd op een stang, die de kijker met mogelijk gevaar voor eigen leven van dichtbij zelf moet activeren. Peters neemt zijn werk en zichzelf volkomen serieus. Toch lijkt het soms alsof plezier en kunst elkaar uitsluiten, alsof de stille museumzaal geen plek is om grappen uit te halen. Peters’ zoekt daarbij de grens op tussen kunst en volksvermaak en is daarbij geïnteresseerd in vragen als: wat is het verschil tussen hoge en lage kunst? Zijn werk roept vragen op over de waarde van kunst en de manier waarop wij met kunst omgaan. Over publieksbereik, toegankelijkheid, in- en exclusiviteit, of over de festivalisering van kunst. Peters vindt het interessant om zich te verhouden met deze tegenstrijdigheden en dit te onderzoeken en verder uit te werken.




Oscar Peters – Ice-sculpture – freezer cabinet (growin’ ice crystals) about 70cm in diameter. fotografie Django v. Ardenne

 

 

Nazif Lopulissa
Nazif is schilder. Het vinden van nieuwe vormen en technieken zorgt altijd voor meer dan één uitdaging. Wat is het eind van een schilderij, het begin van een sculptuur? Stel dat alles wordt bepaald door wat het niet is. Zonder duisternis geen licht, zonder gebondenheid geen vrijheid, en zonder reflectie geen werkelijkheid, zo luidt het credo van Nazif Lopulissa. Beeldt je in dat kunst een speelveld is, met alle elementen als blokken uit een blokkendoos. Elke vorm, kleur, textuur, techniek en context vrij om naar eigen inzicht te worden gecombineerd. Om te buigen, rekken, scheuren, herschikken, ontmantelen en assembleren, totdat de blokken niet langer vast zijn en het onzeker wordt of ze nog wel blokken genoemd kunnen worden. Stel je voor dat de wereld een speeltuin is en alle toestellen nog net zo intrigerend zijn als toen je kind was. Elk ontwerp even fascinerend als het volgende en elk met een geheel eigen betekenis. Wanneer wordt oppervlakte object? Het ontrafelen van één draad ontmantelt het geheel.

In de tentoonstelling toont Nazif het werk Cement to notion. Het gebruik van de IKAT weeftechniek belichaamt de filosofie, als een levensvisie verweven tot een structuur die we allemaal gelijktijdig vormgeven. Een lappendeken van samengesmolten wereldbeelden, tradities en perspectieven die niet verenigbaar maar desondanks onderling verbonden zijn.




Nazif Lopulissa – Cement to Notion – 266 x 193 x 3,5 cm (2023) – Bleach on inkjet print on canvas handwoven with acrylic on canvas. fotografie: Django van Ardenne

 

Marjolein Witte
Haar werk komt voort uit één persoonlijke vraag: hoe kan ik ruimte innemen? Door ruimte in te nemen, ontstond de noodzaak om uit het platte vlak van de schilderkunst te treden en ruimtelijk werk te gaan maken. Zoekend naar mogelijke antwoorden op deze vraag bestudeert Witte menselijke en dierlijke territoriale uitingen die ze verwerkt in schilderijen, installaties, foto’s en film. Dit resulteert in grote hoekige installaties, van geometrische vormen, plantenconfetti en heftige kleurexplosies.

Voor Omstand ontwikkelde Marjolein een installatie van hout, verf en keramiek met de titel Here and there, then and now, and if (2023). Deze installatie is een vervolg op Construction of Becoming, een werk dat ze maakte voor de Spelonk in Den Haag. Geïnspireerd op de architectonische constructie van onafgebouwde huizen, maakte ze zich de tentoonstellingsruimte eigen. Ze onderzocht daarbij thema’s als thuis en thuis voelen en hoe de idee van thuis zich verhoudt tot de ik. Constructie, kleur, tekst, abstracte en figuratieve elementen worden in deze installatie op een intuïtieve manier met elkaar verweven, waarbij ze persoonlijke verhalen, van haarzelf of die van de toeschouwer assembleert tot beeld. Haar interesse in symboliek en het narratief gaven Witte hierbij ten slotte de laatste zet, wat uiteindelijk leidde tot een dialoog tussen alle beeldelementen.




Marjolein Witte – Here and There, Then and Now, and If. Installatie in het glazen huisje van Omstand (Site specific) Hout, verf, keramiek en tekst. Fotografie: Django v. Ardenne

 

Koen Doodeman
In zijn werk plaatst Koen Doodeman twee manieren van kijken tegenover elkaar: een textiele benadering en één vanuit het schilderkunstige perspectief. In deze tussenruimte onderzoek hij de verhoudingen tussen het traditionele en het onbekende, tussen conventie en abstractie. ‘Waarom iets eruit ziet zoals het eruit ziet’ dat probeert hij als vraag beeldend te benaderen. Doodeman is daarbij geïnteresseerd in (textiel) beelden, die geografisch gezien reizen – zowel fysiek door overlevering en gewoonte als online, zwevend door de tijd en door sociale lagen. Beelden die niet per se via een enkele context, maar via veranderende omstandigheden zijn te herleiden en die evolueren in waarde en betekenis. Zoals bijvoorbeeld de tartan, dat zowel oud-Grieks is als Chinees, Schots, punk en chic.

In zijn werk wordt verder vaak gerefereerd aan het IKAT-weven, ook in de tentoonstelling TURBULENTIE. Bij deze IKAT-weeftechniek wordt, voorafgaand aan het weven zelf, de schering en inslag los van elkaar beschilderd.  Tijdens dit weefproces versmelt het schilderachtige met het textiele. De positie van het beeld ten opzichte van de ondergrond (het canvas) komt hierdoor “vrij”. Het beeld kan zich zowel op de drager als in de drager begeven, zwevend of gegrond.




Koen Doodeman: koendoodeman:  Non Radar (semaphore) // Tunung II  Both IKAT (woven) // Untiteld (non radar #5) Patchwork (cotton) – fotografie: Django van Ardenne

 

Johannes Langkamp
In zijn werk is Johannes Langkamp voortdurend op zoek naar manieren om kijkgewoontes te doorbreken en daarmee onze blik te verruimen. Hij is een speelse onderzoeker, zijn ideeën ontwikkelen zich terwijl hij experimenteert met de mogelijkheden én de beperkingen van zijn instrumenten. Door deze onderzoekende manier van werken ontdekt Langkamp uitkomsten die zowel hemzelf als anderen verrassen. Op deze wijze ontstaan hierdoor onverwachte vondsten of mislukkingen, die zichtbaar worden gemaakt door middel van video en fotografie, kinetische modellen en ruimtelijke installaties.

Zijn werk wordt gevormd door verwondering. Hij kijkt vaak naar het samenspel tussen proces en de uitkomst hiervan, en verwerkt dit vervolgens tot presentaties. Hij is daarbij voortdurend op zoek naar manieren om ons (kijk)gedrag in twijfel te trekken en zo onze visie op de werkelijkheid te vergroten. Zoals in de kinetisch sculptuur ‘Surface Intervention’. Hierin wordt een groot gekleurd vel papier over een metalen buis gehangen welke op zijn beurt aan de muur is bevestigd. Aangedreven door een elektromotor draait de buis rond en zet hierdoor het vel papier in beweging. De oriëntatie van het vel papier verandert continu en resulteert in een golfachtige beweging en het mild wrijvende geluid van het papier. De installatie speelt met de eigenschappen van het materiaal en met de invloeden van de gecreëerde omstandigheden; papier, metalen buis, zwaartekracht, geluid, ritme en beweging. In zijn langzame rotatie ontsnapt het opgekrulde vlak hiermee aan de beperking van zijn twee dimensies.



Johannes Langkamp | Surface Intervention (2021) (Orange Edition) – Kinetic sculptur: Paper, motor unit and mechanical components 204x325x14cm // Paper 197x230cm – (links & rechts werk van Koen Doodeman) – fotografie: Django van Ardenne

 


Jop Vissers Vorstenbosch
woont en werkt in de omgeving van Utrecht,  waar hij studeerde aan de  afdeling Fine Art van de HKU. Aanvankelijk produceerde Jop traditionele schilderkunst. Tegenwoordig schildert hij met boormachine, slijpmachine en plexiglas en maakt hij werken met licht, schilderkunst, elektronica en beweging. Jop Vissers Vorstenbosch is naast deelnemer, ook curator van Expo Turbulentie. Samen met Omstand is deze tentoonstelling tot stand gekomen.

Door zijn schilderijen te tonen in grote zelfgebouwde sculpturale installaties bepaalt hij nadrukkelijk de context van de omgeving waar zo’n installatie zich bevindt. Bijvoorbeeld door een lichtbak als basis te nemen en er verschillende lagen beschilderd plexiglas voor te plaatsen. Zo ontstaan er schilderkunstige installaties waarin, in plaats van de lagen verf zoals bij een traditioneel schilderij, lagen van licht en materiaal het beeld bepalen. In de transparantie van zijn afbeeldingen ontdekt hij hiermee iets dat bestaat tussen een verleidelijke, geïdealiseerde versie van de realiteit en de ruwe, ‘echte’ wereld.

Naar eigen zeggen is hij “een schilder die er van alles bij verzint”. Vissers Vorstenbosch heeft een voorkeur voor de randverschijnselen van het dagelijkse leven; het gewone, het alledaagse en is daarbij onophoudelijk op zoek naar nieuwe (presentatie)vormen van de schilderkunst. Hij is bijvoorbeeld gefascineerd door de gigantische billboards en reclames om ons heen en plaatst daar graag zijn eigen kunst tegenover. ‘Systeem Plafond Zonsondergang’ ontstond tijdens een residentie periode bij Popps Packing in Detroit (VS). Op straat vond hij een kapotte reclame lichtbak. Deels was daarop nog het beeld van een blinkende auto te zien, deels de bedrading achter de reclame. Het bracht hem op het idee voor Systeem Plafond Zonsondergang. In dit werk speelt hij met verwachtingspatronen ten aanzien van de schilderkunst: de uitstraling van lichtreclame, het flikkerende TL licht en van systeemplafonds. Deze staan haaks op het romantische thema van geschilderde zonsondergangen.




SUPER ABRI – Site specific kunst-installatie met stalen constructie en led-licht-frames – afm. 4 x 3 x 2,5 m. in kleur en lichtintensiteit variërend. De maatvoering van het werk kan veranderen al naar gelang de behoefte en de omstandigheid – fotografie: Django van Ardenne