studio omstand

 

Opgeslokt door het beeld
Interview door Peter Nijenhuis,  juli 2014
Jeroen Glas (Groningen 1981) studeerde aan de Groningse Academie Minerva en behaalde in 2005 zijn master fine art aan het Frank Mohr Instituut.
\\ In je werk combineer je schilderkunst met elektronische beeldtechniek en kies je opzettelijk voor verouderde elektronische technieken omwille van hun eigenaardige uitdrukking en grofkorrelige beeldkwaliteit. Wanneer ben je met die manier van werken begonnen?
Ik heb op de kunstacademie van begin af aan geëxperimenteerd met het vermengen van media en technieken. Kun je bijvoorbeeld het ‘sneeuwen’ op een televisiescherm combineren met schilderen op doek? Of kun je een televisie-scherm een deel laten worden van een schilderij? Met dat soort experimenten was ik al vroeg bezig. Ik was op zoek naar zaken die interessant zijn om naar te kijken. Nadat ik van alles had geprobeerd, kwam ik uiteindelijk op een combinatie van schilderkunst en kunstmatig licht. Wat me daarin trok was vooral de mogelijkheid om licht door textiel te laten vallen. Het doek fungeert dan als een filter. Het houdt een deel van het licht tegen, maar laat het ook door. Daardoor vermengt het licht. Je krijgt vormen van waas, vermenging, vertekening en lichtweerkaatsing en dat is waar het mij om gaat. Een van de dingen die ik tot 2012 heb gedaan is het bouwen van lichtbakken. Dat begint met het kiezen van een standaardmaat blacklight. Dat is tl-licht dat een vage, blauwige gloed verspreidt. Het licht wordt pas echt goed zichtbaar als het op witte of fluorescerende oppervlakken valt, dus op oppervlakken met een gele, groene, rode, oranje of blauwe kleur. Om het blacklight bouwde ik een kast en in de kast, achter het blacklight, een collage van gekleurde oppervlakken. Dat laatste zorgt voor een bepaald licht, of beter gezegd een lichtspreiding in verschillende kleuren. Het licht valt door het doek dat over de kast is gespannen en het doek kan al of niet met verf of een druk-techniek zijn bewerkt. Ik heb inmiddels genoeg van die kasten gebouwd om ongeveer te weten hoe de combinatie van collage, kunstlicht, doek, verf, druktechniek en andere ingrepen uitpakt. Toch blijft het voor een deel een gok, een verrassing.
\\ Je hebt wel eens gezegd dat je werk voortkomt uit je fascinatie voor videogames. Hoe bedoel je dat?
De relatie tussen video games en mijn eigen werk is indirect. De vormgeving van video games interesseert me niet, althans niet in relatie tot m ’n werk. Het gaat me om de ervaring van het spelen. Iedereen die videogames speelt, weet dat er momenten zijn waarop je naar het beeld staart. Op die momenten lijkt het alsof je bent opgeslokt door het beeld, ermee versmolten. Alles valt van je af.  In mijn werk ben ik op zoek naar mogelijkheden om zulke momenten, die ik beschouw als ‘meditatieve’ ervaringen, te herscheppen en op te roepen. In die zin zou je kunnen zeggen dat mijn werk bedoeld is om er naar te staren.
\\ Je zegt dat je tot 2012 lichtbakken hebt gemaakt. Ben je daarna een andere weg ingeslagen?
Mijn belangstelling is min of meer hetzelfde gebleven, maar ik ben andere middelen gaan gebruiken. In 2012 verbleef ik een jaar in het Noorse Trondheim als artist in residence en begon ik met het nemen van foto’s met de camera van mijn mobiel door een verrekijker. Dat leverde vergezichten op met interessante vertekeningen. Als je door een verrekijker fotografeert, zie je op het uiteindelijke beeld de tekenen van allerlei lichtlekkages. Er verschijnen punten en strepen in meer of minder geordende patronen. Een aantal van de beelden heb ik gebruikt voor het maken van prints, weer andere beelden heb ik gebruikt voor simpele computer-animaties. Je legt over een aantal beelden met Flash of Photoshop een raster en vervolgens zet je die beelden achter elkaar in een loop. Het is nogal primitief en vluchtig, maar dat spreekt me juist aan. De prints en de animaties heb ik nog weer later tentoongesteld. Ik kon aan een aantal ouderwetse videobeeld-schermen komen, van die bakken, en die heb ik op de tentoonstelling gebruikt om de animaties op te vertonen. Om het nog iets extra’s te geven, plaatste ik de videobeeld-schermen op sokkels.
\\ Leg dat laatste eens uit. Wat geven oude beeldschermen en sokkels voor extra’s aan het vertonen van animaties?
Het gaat op het eerste gezicht om nuances. Voor mij hebben die zaken evenwel een betekenis. Een primitieve animatie heeft iets nietigs. Op internet kijk je er over heen, omdat het in de beeldhiërarchie van internet de plaats inneemt van het vluchtige en onbelangrijke. Door zo’ n animatie op een ouderwets, ‘gewichtig’ beeldscherm te vertonen, geef je de zaak een andere waarde. Je nodigt de kijker uit om er meer de tijd voor te nemen en te kijken met meer concentratie dan anders. Het is eigenlijk ongepast, maar uit die ongepastheid, die ongelijkheid tussen vorm, inhoud en presentatie ontstaat een hapering en om die hapering gaat het me. Uit wat hapert, uit wat niet van te voren is geprogrammeerd, uit wat niet bij elkaar past, maar toch gebeurt, kunnen ervaringen ontstaan met een meditatief karakter. En dat is wat me boeit.
\\ Je kiest, zoals ik al zei, met opzet voor inmiddels verouderde en naar de huidige maatstaven nogal primitieve computertechniek. Kun je uitleggen waarom?
Ik heb me een tijdje verdiept in wat je op dit moment geavanceerde combinaties van hard- en software kunt noemen zoals Arduino. Met zulke programma’s kun je ogenschijnlijk alles, maar wat schiet ik daar mee op? Ik ben kunstenaar en geen techneut die alle mogelijkheden van een programma wil leren gebruiken. Ik heb als kunstenaar genoeg aan bijvoorbeeld een videotekenblok uit de jaren negentig van de vorige eeuw. Zo’ n videotekenblok heeft twee kleuren rood. Die kleuren zijn op het beeldscherm nooit egaal. Er zit altijd een verloop in en een effect van waas. Als je aan de draden knoeit, krijgt je bovendien allerlei verstoringen en vervormingen. Dat lijkt niet veel, maar voor mij biedt het een wereld aan mogelijkheden. Met het benutten van die mogelijkheden ben ik voorlopig nog niet klaar.  Een van de dingen waar ik me mee bezighoud is het opzettelijk verstoren van het beeld. Beeldverstoringen, een balk die om de zoveel tijd over het beeld loopt, of een zich herhalende verschuiving van het beeld, worden normaal gesproken als hinderlijk en ongewenst ervaren. Maar zulke beeldverschuivingen hebben in mijn ogen een esthetische kwaliteit en een hypnotiserende werking. Waar ik aan werk, is een repertoire van visueel interessante beeldverstoringen dat ik naar believen kan oproepen en kan gebruiken als een esthetisch middel.
\\ Laten we het hebben over je werk in de bunker. Kun je iets zeggen over je aanpak?
Ik kwam in juni 2014 voor het eerst in de bunker. Wat me boeide waren de details – de luchtroosters, kastjes, knoppen en openingen in de tussenmuren – en de totale duisternis. Ik heb me vervolgens met mijn spullen in de bunker geïnstalleerd en ben aan de slag gegaan. Ik had een laptop, een beamer en een video-tekenblok. Met het video-tekenblok heb ik ter plekke animaties gemaakt in verschillende kleuren en met verschillende lijndiktes. Die animaties heb ik via de beamer op de in de bunker aanwezige luchtroosters en andere eigenaardigheden geprojecteerd en de projecties heb ik gefilmd. Het eerste resultaat op film is dus een combinatie van de architectuur en de interieur-details van de bunker en wat ik daar aan gekleurd licht en animaties op projecteerde. Niet onbelangrijk voor het eind-resultaat is dat ik een repertoire van op de ruimte van de bunker toegesneden beeldverstoringen heb ontwikkeld, verstoringen die je site specific kunt noemen. Een horizontaal over het beeld lopende lichtbaan is er een van. Een sonarachtig beeld en een kortstondige inzakking van het beeld aan de bovenkant zijn twee andere varianten.
\\ Wat ga je met het materiaal doen?
Ik denk dat ik het, zoals ik meestal doe, verder bewerk en gebruik. Een van mijn plannen is om de in de bunker ontwikkelde reeks beeld-verstoringen te gebruiken voor een console. De console zit in een 3D-print van de bunker die is voorzien van een aantal knoppen. De techniek is simpel en bestaat uit een reeks weerstanden die ik door een technisch begaafde kennis laat assembleren. Met een druk op de knop reproduceer je een van de beeldverstoringen in de door mij ontwikkelde bunkerreeks. Het is eigenlijk een bendbox voor video. Als hij klaar is, wil ik hem uitproberen in de Geheime Bunker. Of ik dat dan weer film weet ik nog niet. In ieder geval  zijn de console of bendbox en de filmbeelden van de geprojecteerde animaties onderdelen van de tentoonstelling van alle bunkerprojecten die nog moet komen.

 

gerelateerde kunstenaars werkperiode JEROEN GLAS

  • Glas, Jeroen (curator)

    Geheime Bunker werkperiode: juni, juli 2014 https://nl.pinterest.com/geheimebunker/jeroen-glas/ Gastcurator voor Omstand van het Trafohuisje nr.1 (tot 2019) Afleveringen: PULSE 25: Maria Roossen PULSE 24: Eva Schmeckenbecher PULSE 23: Veerle Thoben PULSE 20: Ronald de Ceuster PULSE 18: Nabb+Teeri PULSE 17: Wouter … Continue reading Glas, Jeroen (curator)